veermanlogo
NL | EN

Get Flash to see this player.

De veerman > Visie
  • Missie
De Veerman wil creativiteit, kunstbeleving, kennis en inzicht in de kunsten stimuleren en dit in relatie tot de ons omringende wereld. Kunst, cultuur en educatie staan immers steeds in verbinding met andere maatschappelijke componenten.
Vanuit kunst en kunsteducatie wil De Veerman werken aan een harmonische samenleving: een samenleving waarin ideeën, denkbeelden en gevoelens worden uitgewisseld en met elkaar worden geconfronteerd en dit met respect en waardering voor ieders eigenheid.

  • Werking
De Veerman werd opgericht in 2000 met als doel kunsteducatieve projecten te ontwikkelen, uit te voeren en te verspreiden.
De Veerman definieert kunsteducatie als leren van, met en over de kunsten waarbij educatieve activiteiten kunnen bijdragen aan het beleven van kunst, het leren omgaan met kunst, het creëren van kunstwerken, het leren kijken/luisteren naar kunstwerken en/of het leren beoordelen van een kunstwerk.
Doelbewust kiest De Veerman hierbij zowel voor een actieve, receptieve als reflectieve vorm in het omgaan met de kunsten.
Vanaf zijn ontstaan koos De Veerman voor een brede visie op kunsteducatie: de kunsten worden altijd bekeken in samenhang met andere maatschappelijke terreinen zoals welzijn, onderwijs, grootstedenbeleid, erfgoed, economie ...

In de optiek van De Veerman is kunst een gebeuren, een proces, eerder dan louter een product.
Deze visie resulteert in de ontwikkeling van diverse projecten, producten en concepten. Hierbij worden telkens scherpe keuzes gemaakt en staan innovatieve, duurzame, diepgaande en maatschappelijk relevante projecten voorop.
De afgelopen jaren werd veel aandacht besteed aan samenwerkingen en coproducties met kunsthuizen. Hierbij is De Veerman als ‘bruggenbouwer’ met de kunsten het uitgangspunt.

Eveneens koos De Veerman ervoor om opdrachten van derden aan te nemen. Mogelijke opdrachtgevers zijn steden en gemeenten, kunst- en cultuurhuizen, onderwijsinstellingen, jeugd- en welzijnsorganisaties... Door de jaren heen heeft De Veerman deze opdrachten consequent getoetst aan zijn visie en missie.

Sinds enkele jaren investeert De Veerman in de spreiding van zijn knowhow en opgedane expertise door de publicatie van boeken (via een raamovereenkomst met Uitgeverij Garant) en door videoreportages in eigen beheer.
Daarnaast geeft De Veerman zijn knowhow door aan de hand van opleidingen en nascholingen voor kunstenaars, kunsteducatief werkers, leerkrachten, educatief medewerkers en projectontwikkelaars.

De Veerman geniet in het kunstenveld de reputatie van een kwalitatieve en innoverende organisatie en kon in het verleden hiervoor op heel wat erkenning rekenen.
In 2003 leverde dit de Evensprijs op (voor het project Vlaggen & Wimpels), in 2006 de nominatie Cultuurprijs categorie Vrijwilliger (voor het project De Wondere Pluim), in 2007 de nominatie Diversiteitsprijs Stad Antwerpen, in 2008 de prijs ‘Cultuur bindt Jeugd’ van de Koning Boudewijnstichting (voor de coproductie met AMUZ) en in 2010  de prijs ‘Kunst en geschiedenis voor jongeren’ van Fonds Irène Heidebroek en Eliane van Duyse van de Koning Boudewijnstichting (project Re-Mastered).
Tevens is De Veerman een veelgevraagde spreker en toelichter van ‘good practices’ op cultuurcongressen in België en Nederland.

  • De Veerman en de kunsten
De Veerman wordt erkend als kunsteducatieve organisatie binnen het kunstendecreet en is binnen het kunstenveld actief via drie invalshoeken:

Het proces van de kunstenaar als uitgangspunt
De kunstenaar wil de realiteit herontdekken. Daarvoor verlaat hij de bestaande paden en zoekt hij zijn eigen weg. Zoekt meer dan hij vindt. Hij schuurt over het bestaan. Zijn weg loopt dikwijls langs het onbehagen.
Een creatief proces is hoe dan ook de basis: de kunstenaar creëert en reflecteert. Om die creaties aan een publiek duidelijk te maken, drukt de kunstenaar zich uit: hij stelt een daad van expressie.
De Veerman neemt dit proces van de kunstenaar als leidraad voor zijn werk en wil hiermee radicaal de gangbare discussies over proces en product, over cultuureducatie en kunsteducatie achter zich laten.
Door de focus te leggen op het proces van de kunstenaar kan kunsteducatie zowel over het proces als over het product gaan zonder dat het ene moet dienen om het andere te beoordelen.
De discussie over kunst- en cultuureducatie is even zinloos. Ook hier kan het één niet zonder het ander: een kwalitatief kunsteducatief proces kan niet om cultuureducatie heen en heeft alleen maar zin in een cultuureducatieve context. Net zoals cultuureducatie niet zonder de kunsteducatieve context kan.

Begeleiding door kunstenaars
Vertrekken vanuit het proces van de kunstenaar is een revolutionair idee. Vooral omdat de kunsteducatief werker zijn status als artiest/specialist verlaat en de functie van begeleider/adviseur opneemt. De deelnemers doorlopen immers zelf het proces van de kunstenaar. Hierdoor krijgen we een leerproces dat de bestaande paden verlaat, waarin meer gezocht wordt dan gevonden, waarin de deelnemer zelf bepaalt hoe het verloopt.
Om dit te kunnen realiseren, doet De Veerman een beroep op zijn netwerk van kunstenaars met pedagogische ervaring en vaardigheden. Door de verscheidenheid aan uitgangspunten, opdrachten en doelgroepen kan De Veerman die kunstenaar inzetten met het beste profiel voor die specifieke opdracht.
De Veerman beperkt zich in zijn werk niet tot één kunstdiscipline, maar vertrekt vanuit de totaliteit van de kunsten. Hierdoor bestrijken de medewerkende artiesten een rijk multidisciplinair palet.

Bruggenbouwer voor kunstinstellingen
De Veerman kiest doelbewust om samen te werken met kunstinstellingen en zodoende het draagvlak van en de oriëntatie op de kunsten te vergroten.
De Veerman wordt vanuit het kunstenveld regelmatig gecontacteerd om een brugfunctie te vervullen tussen de kunstencentra en het publiek. Hierbij fungeert De Veerman bij wijze van spreken als tolk en biedt bouwstenen aan waardoor het publiek kennis en inzichten verwerft en zelf tot creatie kan overgaan.


  • De Veerman en kunsteducatie: het klaverbladmodel
De Veerman neemt het menselijk vermogen tot ‘waarnemen’, ‘ordenen’ en ‘vormgeven’ als uitgangspunt.
De mens neemt “de dingen” waar in zijn leefwereld. Hij verwerkt en ordent deze waarnemingen aan de hand van zijn eigen opgemaakte criteria. Deze crtiteria zijn een gevolg van background, opvoeding, scholing en culturele ervaringen. Daardoor geeft de mens betekenis en zin aan wat hij waarneemt. Daarna geeft hij uiting aan het geordende via zijn eigen vormgeving: wat hij zegt, doet, laat zien, hoe hij zich gedraagt, kleedt, ... Aan de hand van deze uiting of expressie is hij in staat in communicatie te treden met zijn soortgenoten en op zijn eigen ordening, hoe hij de wereld zin geeft, reactie te krijgen. Dit is een voordurend spel.

Het klaverbladmodel, ontworpen door Gus Bal en later verbeterd en bijgewerkt door Alix Van Ransbeeck, vormen deze waarneming, ordening en expressie de kern en worden er 4 uitgangspunten geformuleerd om deze driehoek verder uit te bouwen.
- het ontwikkelen van persoonsgerichte en groepsgerichte menselijke vaardigheden (durf, concentratievermogen, expressieve vaardigheden, creativiteit)
- thematisch en inhoudelijk werken (ik, omgeving, maatschappij – vroeger, nu, toekomst)
- inzicht en vaardigheden in de verschillende kunstvormen (de basiselementen van de verschillende kunstdiscipline)
- werkvormen en methods (individueel of in groep, improvisatie of strak geregisseerd, …)

De deelaspecten worden vanuit de totaliteit benaderd. In het werken met kunsteducatie kan men in deze zin onmogelijk zeggen dat bijvoorbeeld enkel inzicht in kunsten centraal komt te staan, maar moet men deze altijd in relatie zien tot de andere facetten. Vanuit deze visie gaan zowel beleving, inzicht als kennis hand in hand.

Download "Het klaverbladmodel"


  • De Veerman en creativiteit
Creativiteit is voor De Veerman geen modewoord, maar een degelijk onderbouwd concept.
Hoe werkt het?

Associaties
Neem een woord in je hoofd, bijvoorbeeld ‘schoen’. Bedenk een woord dat er na komt. Denk zo spontaan verder tot je aan het tiende woord bent. Doe hetzelfde in gedrag. Neem een potlood en teken iets, bijvoorbeeld een sneeuwman. Teken er daarna iets bij. Teken zo verder tot je blad vol is.

Dit heet associatief denken of associatief tekenen. Deze oefeningen maken duidelijk dat creativiteit vanzelf ontstaat. Want iedereen heeft bij deze oefeningen een ander laatste woord of tekent iets anders. Zelfs als je van hetzelfde woord of hetzelfde getekende voorwerp vertrekt.

Provocaties
Vertrek nu van twee woorden, bijvoorbeeld ‘schoen’ en ‘fietswiel’. Bedenk drie manieren waarop je met een fietswiel schoenen kan poetsen. Zet de volgende woorden in beweging om: sneeuw, sneeuwstorm, sneeuwbal. Daarna doe je hetzelfde met de woorden: bevriezen, ontdooien. Dit doe je per twee. Maak dan een korte choreografie met twee waarin je de vorige bewegingen integreert.
Een provocatie houdt in dat je twee ideeën neemt en die combineert tot een nieuw idee. Creativiteit ontstaat hier niet spontaan, maar wordt afgedwongen. Provocaties leiden sneller tot creativiteit, maar ook sneller tot blokkades.

Bisociaties

Associaties en provocaties leiden tot bisociaties. Bisociaties zijn de essentie van creativiteit: het combineren van twee elementen tot een voor jouw nieuw element. Dit gebeurt altijd via een gemeenschappelijk kenmerk tussen de beide elementen. Het begrip komt van Arthur Koestler (1964). Bij een associatiereeks kom je maar tot een voor iedereen verschillend eindwoord als je sprongen maakt van het ene betekenisveld naar een ander. (We spreken van een betekenis- veld als we denkend creatief zijn en we spreken van een ervaringsveld als we al doende creatief zijn.) Die sprongen zijn de bisociaties en daarin kunnen we het gemeenschappelijk kenmerk terug vinden. Dit wordt duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld.
We vertrekken van de associatiereeks beginnend met het woord ‘schoen’: Schoen, veter, slang, muis, nest, bed, slaapkamer, lamp, elektriciteit, zekering. Het eerste betekenisveld is opgebouwd rond het woord schoen. ‘Veter’ hoort daar bij. We maken een sprong naar het betekenisveld rond ‘dieren’ via het woord slang. Het gemeen- schappelijk kenmerk tussen ‘veter’ en ‘ slang’ is ‘lang en soepel’. We gaan naar het betekenis- veld rond slaapkamer via het gemeenschappelijk kenmerk ‘nest’ tussen ‘muis’ en ‘bed’. Bij ‘veter’ en ‘slang’ staat het gemeenschappelijk kenmerk (lang en soepel) niet in de associatiereeks. Bij ‘muis’ en ‘bed’ wel, namelijk: nest. Bij provocaties kunnen we ook op zoek gaan naar dat gemeenschappelijk kenmerk. Drie manieren om met een fietswiel een schoen te poetsen zijn:
• De band wordt vervangen door borstels. Als iemand trapt, draaien de borstels rond en moet je jouw schoen er tegen houden.
• Een velg heeft onderaan een borstel over een stuk van 20 cm. Als je de velg bovenaan vasthoudt, kan je jouw schoen poetsen zonder dat je je moet bukken.
• Diezelfde velg heeft nu twee borstels en een tube met schoensmeer er tussen. Nu kan je jouw schoenen met de ene borstel proper maken, met de tube van schoensmeer voorzien en met de andere borstel blinken. En dit allemaal zonder te bukken. Je hoeft het schoenpoets- gerief ook niet meer op te ruimen, je hangt die velg gewoon aan een haak. Bij het eerste idee is het gemeenschappelijk kenmerk de machines met draaiende borstels die je in hotels vindt. Het tweede idee is ontstaan via het gemeenschappelijk kenmerk ‘af- stand overbruggen’. Poetsen is gemakkelijker als je je niet hoeft te bukken. Denk maar aan de vuilblikken met een lange handgreep. De velg heeft de ideale diameter om hetzelfde te doen. Het derde idee is een associatieve uitbreiding van het tweede idee.


Bisociaties zijn dus de kern van creativiteit. Door associaties en provocaties in opdrachten in te bouwen, lokken we bisociaties uit.